ADHD en ADD

Met name het laatste decennium is er in zowel de media als wetenschap en onderwijs veel aandacht voor ADD en ADHD. Over wanneer je wat hebt, bestaat nog wel eens wat verwarring. Maar los van de labels is het voor mensen die hier last van ervaren, vooral belangrijk hun leven zodanig in te richten dat je zelfs weer de touwtjes in handen hebt. Sensory Lab helpt hier graag bij.

Kenmerken van ADHD: hyperactiviteit en impulsiviteit


 

Mensen met ADHD ADD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) reageren minder goed op de regulatie van prikkels en ervaren dus een hogere ‘arousal’. Dit resulteert vaak in aandachtstekort, hyperactiviteit en verhoogde impulsiviteit. Mensen die hiermee kampen, hebben vaak ook last van wisselende stemmingen en zijn vaak ook sneller geïrriteerd en/of angstig. Sensory Lab kijkt ook hier per persoon en vanuit de zintuigen: waar reageert iemand veel of juist weinig op? Hoe – met welke aanpassingen – kan de regulatie verbeteren? Je lost ADHD ermee niet op, maar kan wel zorgen dat iemand beter functioneert in de klas of op het werk. 

Kenmerken van ADD: aandacht- en concentratieproblemen


Wanneer aandacht- en concentratieproblemen de overhand hebben en er niet echt sprake is van hyperactiviteit of impulsiviteit, dan wordt er vaak gesproken over ADD (Attention Deficit Disorder).

Karen vertelt:
“Bij schoolgaande kinderen kijk ik altijd naar de plek in de klas: willen ze de boel overzien of zitten ze juist liever wat afgezonderd? Van welke geluiden ervaart een kind hinder? Is een stille werkplek dan bijvoorbeeld een optie? Veel kinderen met ADHD hebben veel bewegingsbehoefte. Tussen de lessen door een rondje rennen op het plein kan dan al een oplossing zijn. Het belangrijkste is het besef dat ADHD bij de één, anders kan zijn dan bij de ander. Ons advies is dus maatwerk en verschilt per situatie. Goed is om te weten dat kinderen tot acht jaar sowieso zeer impulsief handelen en dus in zekere zin altijd kenmerken van ADHD vertonen. Tussen het achtste en tiende levensjaar ontwikkelen ze pas de skills om impulsiviteit te remmen.”